De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 31 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3564) nog eens bevestigd dat het een bestuursorgaan niet vrijstaat handhavend op te treden (bijv. met een last onder dwangsom of bestuursdwang) wanneer in strijd wordt gehandeld met een specifieke wettelijke bepaling waaraan geen verbod is gekoppeld.

In deze zaak had een onderneming een nieuw pand gebouwd op een afstand van acht tot tien centimeter van het pand van een naastgelegen onderneming. Laatste was het daar niet mee eens. In de lokale bouwverordening is opgenomen dat tussen de bebouwing op twee percelen geen tussenruimte aanwezig mag zijn die minder dan één meter breed is. Daar werd dus niet aan voldaan. De naastgelegen onderneming had eerder dan ook bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor de nieuwbouw (vroeger de “bouwvergunning” genoemd). Dit bezwaar was echter te laat ingediend (na afloop van de bezwaartermijn) en dus niet ontvankelijk, zo was reeds in een andere procedure bepaald.

De naastgelegen onderneming had vervolgens een verzoek om handhaving ingediend bij het gemeentebestuur. Daarover gaat deze uitspraak. Het verzoek om handhaving is door burgemeester en wethouders afgewezen. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State was dat terecht. De betreffende bepalingen van de bouwverordening geven volgens de Afdeling geen zelfstandige bevoegdheid voor handhavend optreden, alleen al omdat aan deze specifieke regel uit de bouwverordening geen verbodsbepaling is verbonden. De vraag of het nieuwe bouwwerk in strijd is met de bouwverordening had aan de orde moeten worden gesteld in een procedure tegen de omgevingsvergunning, aldus de Afdeling.

Uit deze uitspraak blijkt eens te meer dat de overheid niet elke regel kan handhaven maar dat daarvoor een wettelijke basis moet zijn (het “legaliteitsbeginsel”). Ook benadrukt deze uitspraak nog eens het belang om alert te zijn op publicaties van de gemeente van verleende vergunningen of andere besluiten. Die publicaties kunnen worden gemonitord in het lokale sufferdje of op de website van de gemeente. Er zijn ook apps beschikbaar als hulpmiddel. Als er bezwaren zijn tegen een (ontwerp)vergunning, moet tijdig een zienswijze worden ingediend, bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Als de rechtsmiddelentermijn onbenut verstrijkt, zal de rechter in beginsel uitgaan van de juistheid van de vergunning. Dan kan alleen handhavend worden opgetreden als een verbodsbepaling wordt overtreden (in de wet of een vergunningvoorschrift).