Eén van de pijlers van het Nederlandse “vestigingsklimaat” is van oudsher ons “rulingbeleid”: belastingbetalers kunnen onder bepaalde omstandigheden zekerheid vooraf verkrijgen over hun Nederlandse fiscale positie. Een rulingproces duurt relatief kort, zeker vergeleken met de ons omringende landen. Een Nederlandse ruling, zoals een Advance Tax Ruling (ATR) of een Advance Pricing Agreement (APA), geeft een helder en betrouwbaar uitgangspunt voor de Nederlandse fiscale positie voor de komende jaren.

Nederland staat al jaren onder (inter-)nationale politieke druk om zijn belastingregime aan te scherpen. Ons rulingbeleid kreeg in 2015 bijzondere aandacht, toen de Europese Commissie kritiek uitte op Nederland naar aanleiding van veronderstelde staatssteun door middel van een zogenaamde “belastingdeal”. Sindsdien is het uitgangspunt gemeengoed geworden dat het Nederlandse belastingregime slechts nog ondernemingen zou moeten faciliteren als deze operationeel actief zijn op Nederlandse bodem.

Afgelopen donderdag, 22 november 2018, heeft dit uitgangspunt ook zijn weerslag gekregen in het Nederlandse rulingbeleid. Voor rulings met een internationaal karakter (“Rulings”) heeft de staatssecretaris van Financiën namelijk (onder meer) de volgende maatregelen aangekondigd:

  1. Alle Rulings zullen in de toekomst worden gepubliceerd in geanonimiseerde en samengevatte vorm.
  2. De Rulings zullen worden afgegeven door een kleine groep specialisten, het College Internationale Fiscale Zekerheid.
  3. Belastingplichtigen die een Ruling vragen dienen al jaren te voldoen aan een lijst met substance-eisen. Eerder dit jaar was sprake van een aanscherping van de bestaande lijst per 1 januari 2019, met een minimum aan loonkosten van EUR 100.000 en de aanwezigheid van een huurovereenkomst voor kantoorruimte van tenminste 24 maanden. Nu wordt afscheid genomen van de bestaande lijst en voorgenomen uitbreiding daarvan, en wordt een nieuw vereiste geïntroduceerd van ‘economische nexus’ met Nederland.
  4. Indien het doorslaggevende motief van de belastingplichtige bestaat uit het besparen van Nederlandse of buitenlandse belasting, zal geen Ruling worden gegeven.

Het nieuwe vereiste van economische nexus wordt door de staatssecretaris uitgelegd als het drijven van bedrijfseconomische operationele activiteiten die daadwerkelijk voor rekening en risico van de Nederlandse vennootschap worden uitgeoefend, waarbij voldoende personeel in Nederland beschikbaar moet zijn om die activiteiten uit te voeren. De aankondiging laat nog veel ruimte over voor interpretatie, en de staatssecretaris kondigt aan dat verdere details bekend zullen worden gemaakt in een nader beleidsbesluit. Uiteindelijk wil de staatssecretaris de wijzigingen in werking laten treden per 1 juli 2019.

Duidelijk is dat het minder gemakkelijk zal worden om een Ruling te krijgen. Het vereiste van voldoende economische nexus zal in theorie strenger uitwerken dan de huidige lijst met substance vereisten, al moeten we afwachten hoe dit nieuwe vereiste in de praktijk zal worden gehanteerd. Met betrekking tot het publiceren van een samenvatting van elke Ruling kan men zich afvragen in hoeverre dit voornemen botst met de geheimhoudingsplicht van de fiscus. In de praktijk zal een en ander afhangen van de mate van anonimisering, waarbij niet alleen namen moeten wegvallen maar ook andere typerende aspecten zouden moeten worden weggelaten.